Vervoersprotocol   

                

1.    Het vervoeren van kinderen per auto

 

·        De bestuurder is in bezit van een geldig rijbewijs. 

·        De bestuurder is in het bezit van een inzittendenverzekering voor het aantal personen dat hij vervoert. 

·        De bestuurder rijdt in een APK goedgekeurde auto. 

·        Alle inzittenden moeten de autogordel gebruiken.

·        Kinderen tot 1.35m worden vervoerd op een stoelverhoger. Als een ouder andermans kinderen vervoert, is hij niet verplicht om een stoeltje of stoelverhoger te gebruiken. Het kind wordt dan vervoerd op de achterbank met gebruik van de autogordel. Omdat het veiliger is om wél een stoeltje/stoelverhoger te gebruiken, kunnen ouders wel een stoeltje/stoelverhoger meegeven aan degene die hun kind vervoert.

·        Kinderen groter dan 1.35m zitten bij voorkeur achterin, in de autogordel. 

·        Begeleidende ouders en leerkrachten dienen een WA-verzekering te hebben.

Wanneer een ouder met eigen vervoer kinderen van school vervoert en betrokken raakt bij een ongeval, worden de kosten verhaald op de eigen autoverzekering. De school (het schoolbestuur) is niet verzekerd voor zulke zaken en kan zich hier ook niet voor verzekeren (zie hiervoor schoolplan Delta-onderwijs). 

·        Ook het eigen risico en het verlies van de no-claimkorting op de verzekeringspremie kunnen niet worden verzekerd door de school en zijn daarom voor rekening van de bestuurder.

·        Eventuele verkeersboetes zijn voor rekening van de bestuurder. 

·        Benzinekosten kunnen op school gedeclareerd worden.     

 

Afspraken met de kinderen door de leerkracht/bestuurder

·        De kinderen luisteren naar de bestuurder.

·        De kinderen stappen pas in als het wordt gezegd. 

·        De kinderen houden de gordels aan tot aan het einde van de rit.

·        De kinderen blijven van de ramen en deuren af (omdat er mogelijk geen kinderslot aanwezig is).

·        De kinderen stappen pas uit als de bestuurder toestemming geeft. 

·        De bestuurder parkeert aan een veilige zijde.

·        De kinderen stappen uit aan de trottoirzijde. 

·        Alle ouders zijn in het bezit van het mobiele nummer van de leerkracht.   

 

2.    Veilig naar school 

·        Voetgangers maken gebruik van het trottoir. 

·        Fietsers maken gebruik van fietspaden en als die er niet zijn, rijden zij rechts op de weg.

·        Fietsers stappen af op het schoolplein en lopen met de fiets aan de hand. Dit wordt bij het uitgaan van de school gecontroleerd door surveillerende leerkrachten.

·        Fietsers parkeren hun fiets in de daarvoor bestemde fietsenrekken.

·        Fietsen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften: ze zijn voorzien van een niet-driehoekige rode reflector aan de achterkant, witte bandreflectoren, vier reflectoren op de trappers. Bij slecht weer of als het donker is moeten fietsers voor- en achterlicht voeren. 

·        Ouders die bij school parkeren letten op de veiligheid van andere kinderen die lopend of fietsend naar school komen. Ouders wordt dringend geadviseerd op enige afstand van de school te parkeren en de kinderen het laatste stukje lopend naar school te begeleiden.  

·        Kinderen die in de Schildersbuurt wonen, komen te voet naar school.   

 

 

3.    Fietsen in een groep  (groep 6, 7 en 8)

·        Een groep wordt begeleid door minimaal twee volwassenen (één voorop en één achteraan), maar bij voorkeur door één begeleider per 6 tot 8 leerlingen.

·        Iedereen in de groep draagt een veiligheidshesje. 

·        De route wordt vooraf met alle betrokkenen besproken. 

·        Verkeersregels zijn bekend en worden juist toegepast.

·        De groep blijft bij elkaar. Als dat bijvoorbeeld na verkeerslichten, tijdelijk niet het geval is, dan wachten de voorsten op een veilige plaats tot de groep weer compleet is.

·        We gebruiken het stopteken (kinderen houden een hand in de lucht) als teken dat er geremd wordt.

 

·        Kinderen gaan niet bij elkaar achterop. In geval van pech wordt de fiets achtergelaten en gaat de leerling bij een volwassene achterop. Of een “bezemwagen” of een ouder blijft bij het kind en er wordt naar school gebeld of de fiets wordt ter plekke gerepareerd.